Berner kane samaika


Gezondheid Berner sennen

MENU

Home

Welkom

Onze berners

Puppy info

Puppy foto's

Contact

Rasinfo

Opvoeding

Gezondheid Berner

Berner als trekhond

Kampioenen

Links

De 4 Zwitserse sennen
















































































































































































MENU

Home

Welkom

Onze berners

Teefjes

Puppy info

Puppy foto's

Contact

Rasinfo

Opvoeding

Gezondheid Berner

Berner als trekhond

Kampioenen

Links

De 4 Zwitserse sennen

























































































































































































































MENU

Home

Welkom

Onze berners

Teefjes

Puppy info

Puppy foto's

Contact

Rasinfo

Opvoeding

Gezondheid Berner

Berner als trekhond

Kampioenen

Links

De 4 Zwitserse sennen


Berner sennen honden sinds 1982! Wederzijds vertrouwen en eerlijkheid komen bij ons op de eerste plaats!

Alle info over de gezondheid en eventuele gezondheidsproblemen bij de BERNER SENNENHOND

De Berner sennenhond is een vrij gezonde hond die niet moet onderdoen voor andere grote rassen. Bij aankoop moet er wel gelet worden dat je een pup koopt met FCI stamboom bij een erkende fokker die liefst is aangesloten bij de Belgische Berner sennenclub BBSC of bij de BKZS Belgische Club voor Zwitserse Sennenhonden of andere erkende rasclub in het buitenland. De gemiddelde leeftijd of levensverwachting van de berner sennenhond schommelt tussen de 8 en 10 jaar, echter berners van 10 jaar en ouder zijn geen uitzondering. Bedenk dat de kans op erfelijke ziekte's en of afwijkingenen bij aankoop van een goedkope berner pup uit de broodfok veel hoger ligt.
Houd er ook rekening mee dat naast de erfelijke factor ook vooral milieufactoren en invloeden van de omgeving een belangrijke rol kunnen spelen bij het ontstaan van ziekte's en of afwijkingen bij de hond.
Voeding, groeisnelheid, lichaamsgewicht, beweging en spierontwikkeling zijn zeker omgevingsfactoren die u zelf  heel erg kunt beïnvloeden en zo belangrijk zijn de eerste 12 tot 15 maanden.

De hieronder opgesomde ziekte's komen af en toe in meer of mindere mate voor maar zijn zeker geen regelmaat.


Heup Dysplasie HD, Elleboog Dysplasie ED, Schouder Dysplasie SD (ocd), Groeipijnen.

Heupdysplasie ook HD genoemd is een gedeeltelijk erfelijke afwijking van de heup gewrichten, sinds er verplicht gerontgend moet worden op HD wat al meer dan 20 jaar gebeurt door fokkers die aangesloten zijn bij de rasclubs in alle Europese landen, is deze afwijking heel erg onder controle, en komt deze afwijking minder voor omdat er meestal in 10 generaties of meer met HD vrije (A-B) honden gefokt word. De erfelijke vorm van Heupdysplasie is meestal waar te nemen tussen de 6 en 12 maanden. Met honden tot maximum graad C mag er gefokt worden al is dat af te raden.
Naast een genetische aanleg is voeding ook van groot belang. Indien honden gevoed worden met een dieet dat veel calcium bevat, een foute calcium/fosfor verhouding of een te hoog energiegehalte heeft is de kans op het ontstaan van heup en elleboogdysplasie een stuk groter. Een goed dieet beperkt de kans op heup en ook elleboogdysplasie dus aanzienlijk.
HD en ED is voor een deel erfelijk ongeveer 34% dus ongeveer 66% komt door een slechte beweging en slechte voeding, vooral de eerste 12 maand zijn zo belangrijk voor het al dan niet ontwikkelen van elleboog en heupdysplasie. Hopelijk houd u zich aan de regels hieronder om HD en ED te voorkomen.

-Geef uw opgroeiende hond een uitgebalanceerd fabrieksvoer met een laag eiwitgehalte (max 26%). Dit is om te snelle groei te voorkomen.

-Maak hem niet te dik, u moet zijn ribben (zonder teveel druk te zetten) kunnen tellen.
-Geef GEEN extra beendermeel of vitamines. In het fabrieksvoer is dit in de juiste verhoudingen aanwezig.
-U moet regelmatig met uw hondje wandelen om spiermassa aan te kweken, maar nooit meer dan 5 minuten aan één stuk per maand ouderdom. dit mag 2 a 3x per dag.
-Geen trappen lopen en niet op en van een verhoog laten springen (vb. verhoogd terras).
-Een gladde vloer in huis geeft heel erg de aanleiding tot het krijgen van botafwijkingen bij de opgroeiende hond. Voorzie dan zeker matten zodat zijn pootjes goede grip hebben. Laat hem ook niet in en uit zetels springen.
-Te wilde spelletjes, met andere honden, (veel korte draaibewegingen) moet u vermijden. Niet tegen u op laten springen, Als de pup zich terug trekt om te slapen moet u hem rustig laten doen.
-
U moet zich tot zeker 12 maand en beter nog tot 15 maand aan deze regels houden want dan is de kans zeer groot dat u een flinke en gezonde Berner Sennenhond krijgt waaraan u jarenlang een trouwe kameraad zal hebben.---

Print dit af, hang het zichtbaar aan een muur, lees het iedere dag en houd je daaraan tot je pup 12 of beter nog 15 maand oud is, dan ben je goed bezig, je fokker en je opgroeiend pup zullen je er dankbaar voor zijn.

Symptonen van HD zijn meestal:

-Zwabberende, zwakke achterhand,
-Kreupelheid in de achterhand, soms pijn uitingen.

-Moeilijk recht komen of weigeren te springen.

Elleboogdysplasie ook ED genoemd onder te verdelen in
LPC: los processus cornoideus,
is een los stukje bot van de ellepijp in het ellebooggewricht. 

LPA: los processus anconeus, is een botpunt van de ellepijp dat zich aan de bovenkant van het ellebooggewricht bevindt.
INCONGRUENTIE: Wanneer de ellepijp en het spaakbeen niet goed op elkaar aansluiten spreken we van incongruentie. 
OCD: Osteochondrosis Dissecans is een beschadiging van het kraakbeen.

Dit zijn eveneens gedeeltelijke erfelijke afwijkingen, het elleboog gewricht is wel vrij complex, ook hier word er verplicht gerontgend op afwijkingen in de gewrichten. Ook hier is er sindsdien een merkelijke voortuitgang waar te nemen. Met honden tot maximum graad 2 mag gefokt worden, maar is sterk af te raden, je ziet op het schema waarom.
Naast een genetische aanleg is voeding ook van groot belang. Indien honden gevoed worden met een voer dat veel calcium bevat, een foute calcium/fosfor verhouding of een hoog energiegehalte heeft is de kans op het ontstaan van elleboog dysplasie een stuk groter. Een goed voer dat in de juiste hoeveelheid word gegeven beperkt de kans op elleboogdysplasie dus aanzienlijk.


Bedenk dat ook al word er gefokt met honden die ED 0/0 of HD A zijn in meerdere generatie's, er toch in meerdere of mindere mate ED en HD kan optreden, de kans op het ontstaan ervan is echter veel kleiner.

ED bernersennen

Symptonen ontstaan meestal tussen de 6 en 12 maanden, de voeding en de mate van beweging spelen net als bij HD een grote rol tijdens het opgroeien,
-Geef uw opgroeiende hond een uitgebalanceerd fabrieksvoer met een laag eiwitgehalte (max 26%). Dit is om te snelle groei te voorkomen.
-Maak hem niet te dik, u moet zijn ribben (zonder teveel druk te zetten) kunnen tellen.
-Geef GEEN extra beendermeel of vitamines. In het fabrieksvoer is dit in de juiste verhoudingen aanwezig.
-U moet regelmatig met uw hondje wandelen om spiermassa aan te kweken, maar nooit meer dan 10 minuten aan één stuk per maand ouderdom. dit mag 2 a 3x per dag.
-Geen trappen lopen en niet op en van een verhoog laten springen (vb. verhoogd terras).
-Een gladde vloer in huis geeft heel erg de aanleiding tot het krijgen van botafwijkingen bij de opgroeiende hond. Voorzie dan zeker matten zodat zijn pootjes goede grip hebben. Laat hem ook niet in en uit zetels springen.
-Te wilde spelletjes, met andere honden, (veel korte draaibewegingen) moet u vermijden. Niet tegen u op laten springen, Als de pup zich terug trekt om te slapen moet u hem rustig laten doen.
- U moet zich tot zeker 12 maand en beter nog tot 15 maand aan deze regels houden want dan is de kans zeer groot dat u een flinke en gezonde Berner Sennenhond krijgt waaraan u jarenlang een trouwe kameraad zal hebben.---

Ook heel interessant en meer info over ED en 
HD, ga naar  www.barkingbunch.nl - klik op de Nederlanse vlag- klik op gezondheid-klik op Elleboogdysplasie en of  Heupdysplasie.
 
Symptomen van ED zijn meestal:

-Kreupelheid en pijn uitingen.
-Stijfheid na rust.

-Kreupelheid word erger bij meer bewegen en of bij vermoeidheid.
-Pijn bij buigen of strekken elleboog.


Schouderdysplasie ook wel SD of OCD in de schouder genoemd
osteochondrosis dissecans in de schouder is eerder een heel zelden voorkomend probleem bij de berner sennenhond, waakzaamheid is echter geboden, het is in de meeste landen niet verplicht om de honden waarmee gefokt word hierop te rontgenen. Duitsland is hierop een uitzondering.

Groeipijnen worden weleens verward met elleboogdysplasie, ik zou de honden die ten onrechte een dure (kijk) operatie gehad hebben omdat ze enkel maar groeipijnen hadden, niet graag de kost geven, dus let op en laat je hond niet zomaar opereren, een second opinion is hier zeker op zijn plaats. Groeipijn bij de hond of enostosis is een aandoening die we uitsluitend bij de middelgrote en grote, snel groeiende rassen zien.

Symptonen ontstaan meestal tussen de 6 en 18 maand, in een enkel geval wel eens tot 2 jaar en zijn meestal,

-Kreupelheid soms aan een poot soms aan meerdere poten, soms voor soms achter.
-Kreupelheid soms ook gedurende lange tijd aan een poot.

-Gevoelige beenderen
waardoor de hond wat sloom is en soms piept.

Maligne Histiocytose (MH)
is een tumor van histiocytaire cellen in het beenmerg.

Een agressieve kanker die tot op heden (bijna) altijd slecht afloopt.
Bij Berners, Flatcoats en Rotweilers is dit een geregeld voorkomende aandoening. Het bewijs of deze ziekte erfelijk is, is tot op heden niet aangetoond. Bij andere rassen komt het eerder uitzonderlijk voor.

De symptonen van MH zijn meestal,

- Minder goede eetlust.
- Gewichtsverlies.
- Geen intresse's meer.
- Hoesten, kuchen en hijgen.
- Bloedarmoede.

Kanker

Kanker is de nummer één doodsoorzaak bij Berners maar ook bij andere rassen.  Histiocytair sarcoom of maligne histiocytose is de meest voorkomende vorm van kanker binnen het ras. Het is een kwaadaardige tumorale aandoening. Histiocyten zijn bloedcellen die in het beenmerg aangemaakt worden. Normaal vervullen ze een belangrijke rol in het afweersysteem. In het geval van maligne histiocytose zijn er teveel van deze cellen aanwezig in het lichaam die in verschillende organen tumoraal worden en een hele reeks lichamelijke klachten veroorzaken.

Kanker kent diverse oorzaken:

  • Genetische afwijkingen: verhoogde gevoeligheid voor het ontstaan van bepaalde typen tumoren in bepaalde rassen.
  • Restgroep: bij de hond kunnen voornamelijk parasieten specifieke woekeringen veroorzaken.
  • Chemische stoffen die het DNA kunnen beschadigen of aanzetten tot veranderingen in het DNA met als gevolg het ontstaan van kanker. Een voorbeeld hiervan is bepaalde gifstoffen in voedingsmiddelen.
  • Direct contact met verschillende vreemde stoffen. Inentingen kunnen een ontstekingsreactie veroorzaken die kan leiden tot het ontstaan van bepaalde typen tumoren.
  • Hormonen: ondertussen is bekend dat bij tumoren van de geslachtsorganen en prostaat, melkklieren, schildklier en ook bot, de diverse hormonen een belangrijke rol spelen.
  • Infecties kunnen ook leiden tot tumoren met name virusinfecties.
  • Ioniserende straling: huidtumoren kunnen sterk beïnvloed worden door de hoeveelheid en intensiteit van UV-straling.

Helaas is maligne histiocytose nog steeds een ernstige ziekte met een snelle en fatale afloop. Therapie kan enkel de levensduur verlengen en de levenskwaliteit verbeteren.

Onderzoek heeft de genetische kenmerken geïdentificeerd die geassocieerd zijn met het risico op het ontwikkelen of doorgeven van deze aandoening. Uit deze resultaten is een pretest ontwikkeld. Deze test is een selectie-instrument en geen voorspellende test voor de ontwikkeling van deze kanker. Er zijn verschillende resultaten mogelijk:

SH A: er is een verminderde kans op het ontwikkelen van histiocytair sarcoom

SH B: neutraal risico

SH C: er is een verhoogde kans op het ontwikkelen van histiocytair sarcoom

Het is belangrijk binnen de fokpopulatie voorrang te geven aan honden met de beste resultaten, maar het is ook belangrijk om voldoende genetische diversiteit te behouden. Deze pretest moet slechts één van de selectiecriteria zijn. Een SH C met andere goede eigenschappen mag niet uit het fokprogramma worden uitgesloten maar mag alleen gecombineerd worden met SH A of B resultaten. Deze pretest zou moeten gebruikt worden om C x C combinatie te voorkomen.

Maligne lymfoom of lymfosarcoom is een tumor die ontstaat uit lymfocyten, wat een soort witte bloedcel is. Het is een veel voorkomende tumor bij de hond. Deze kwaadaardige lymfocyten gaan vermenigvuldigen en verspreiden zich waarna ze vooral de lymfeklieren en organen zoals lever en milt aantasten. De levensverwachting van maligne lymfoom na behandeling met chemotherapie is tamelijk gunstig. Helaas krijgen veel dieren een terugval omdat het maligne lymfoom is uitgezaaid. Maligne lymfoom komt voor bij honden van middelbare tot oudere leeftijd en is niet afhankelijk van ras of geslacht.

Naast deze beschreven vormen van kanker bestaan er natuurlijk ook andere vormen. Uit recente cijfers bleken deze twee vormen voor het grootst aantal sterfgevallen te zorgen binnen ons geliefd ras. Het is dan ook voor ons als fokker belangrijk om mee te werken aan het onderzoek naar maligne histiocytose.

Zwitsers onderzoek: helft Berner Sennenhonden overlijdt aan kanker

wo, 10/26/2016 - 14:51

Kanker is een van de meest voorkomende doodsoorzaken bij honden. Onderzoek uit 2012 laat zien dat ruim 23% van alle honden komt te overlijden door een -kwaadaardige- vorm van kanker, of neoplasie. Echter, niet elke hond heeft een even grote kans op kanker. Een Shitzu komt volgens dat zelfde ongeluk maar in ca. 15% van de gevallen aan zijn einde door nieuwvormingen, terwijl de top 5 bestaat it respectievelijk de Irish water spaniël (51%), Flat-coated retriever (50.3%), Visla (langhaar) met 46,7% en de Berner Sennenhond met (45.7%). Dit geeft aan dat er minimaal een genetische achtergrond voor kanker aanwezig is in deze rassen, alhoewel de precieze oorzaak nog lang niet duidelijk is.

Naar de Berner Sennenhond is recent in Zwitserland, het moederland van het ras, weer onderzoek gedaan Nu onder uitsluitend raszuivere (met stamboom) honden. Gedurende een langere looptijd werden de doodsoorzaken van 1290 honden verzameld. Allemaal geboren tussen 2001 en 2002 in Zwitserland.

Allereerst het goede nieuws, de levensverwachting van de hond lijkt weer wat toe te nemen. Was de hond in 130130n bepaalde studie uit 1996 nog de hond die het jongste doodging, gemiddeld werd een Berner Sennen niet ouder dan 6,8 jaar, dit onderzoek toont een levensverwachting aan van 8,4 jaar. Wellicht omdat het allemaal stamboomhonden zijn mede door wat meer medische zorg, maar daar is in het onderzoek niet naar gekeken. De teven leven langer dan de reuen (8,8 jaar versus 7,7 jaar). Ongecastreerde reuen leven het kortst, intacte (dus niet-gecastreerde) teven het langst. Omdat de leeftijd van sterilisatie niet is gevraagd kon daar geen conclusie uit worden getrokken.

Ook hier blijkt kanker de grootste doodsoorzaak. Maar liefst 58,3% van alle honden overleed aan een vorm van kanker.  Bij ruim 23% bleef de doodsoorzaak onbekend. Gewrichtsproblemen (HD etc.) deed 4,2% van de honden overlijden (euthanaseren), ruggewervelproblemen nog eens 3,4%.  Nierproblemen (3,1%) en maagtorsie (1,8%) waren de overige -gediagnosticeerde- doodsoorzaken.  Voor de goede orde, de diagnose knker werd lang niet altijd uitgebreid onderzocht, zeker niet post mortem om het met zekerheid vast te stellen. Om diverse redenen zagen eigenaren uiteindelijk toch van een necropsie af.

Welke vorm van kanker de hond dan uiteindelijk fataal werd blijkt een breed spectrum te zijn. Histiocytisch Sarcoom, op zichzelf een zeldzame vorm van kanker maar veel voorkomend bij met name de Berner Sennenhond, was in ruim 10% de prevalente vorm.Lymphekanker in bijna 7%, osteosarcoom (botkanker) in 5%. Longtumoren, tumoren in meerdere organen,  levertumoren, ze kwamen allemaal voor in meer of mindere mate.

Hoe dan ook, ondanks de toegenomen leeftijdsverwachting bij deze populatie, is de incidentie van kanker in vergelijk met de overige hondenpopulatie bijzonder hoog. Bij ras- zowel als niet-rashonden ligt de incidentie normaal tussen de 15 en 27%. De levensverwachting, van het grotere type hond (kleine honden leven in het algemeen sowieso al langer) is ruim 10 jaar, en daar steekt de 7,7 jaar erg mager bij af. Voor wie dan ook een maatje voor een langere tijd wil, lijkt de keuze voor dit ras niet voor de hand liggend.

Degeneratieve Myelopathy (DM) is een progressieve neurologische aandoening van het ruggemerg.

Een erfelijke recessieve verlamminsziekte, dwz dat zowel reu als teef genetisch drager moeten zijn wil de ziekte
tot uiting komen. Deze progressieve ziekte komt bij vele hondenrassen voor, vooral dan bij de Duitse herder,
Saarloos wolfshond, Schotse herdershond, Hovawart,Welsh corgi pembroke.
Deze ziekte kan opgespoort worden door middel van DNA onderzoek van het bloed, wat je bij je eigen DA kan laten afnemen of via een mondswap van het wangslijmvlies. DM komt slechts zelden voor bij de berner sennenhond en openbaart zich bijna altijd na de 7 jaar. Sommige fokkers laten een test doen vooal dan bij hun reu's zodat ze kunnen aantonen dat deze vrij is.

Schema vererving DM


RESULTAAT

ouder VRIJ

ouder DRAGER

ouder LIJDER

ouder VRIJ

100% vrij

50% vrij
50% drager

100% drager

ouder DRAGER

50% vrij
50% drager

25% vrij
50% drager
25% lijder

50% drager
50% lijder

ouder LIJDER

100% drager

50% drager
50% lijder

100% LIJDER


Ouder vrij: De hond is vrij en heeft 2 gezonde allelen, de hond zal geen afwijkingen krijgen en kan de afwijking niet doorgeven aan zijn nakomelingen.
Ouder drager: De hond is drager en heeft een gezond allel en een defect allel. De kans dat het dier het mutante (defect) allel zal doorgeven is 50%.
                                 Dragers zullen in regel geen symptomen van deze ziekte vertonen.
Ouder Lijder: De hond is lijder en heeft 2 defecte allelen. Lijders geven het mutante(defect) allel door aan al hun nakomelingen. Lijders krijgen zelf symptomen die horen bij de ziekte.

 Binnen het Berner Sennen ras zijn honden gevonden die vrij waren van DM met de Exon 2 test en toch DM hebben gekregen. Meer recent heeft een tweede mutatie in het SOD1 gen waargenomen in de Berner Sennenhond en wordt aangeduid als de SOD1B 52A> T mutatie (bevindt zich op Exon 1). Tot op heden is slechts bij één Berner Sennenhond twee exemplaren van de 52A> T mutatie en geen kopieën van de 118G> A mutatie klinisch gediagnosticeerd met DM. In een aanvullende studie, is een enkele Berner gevonden die drager is voor zowel de 118G> A en de 52A geteste> T welke klinische symptomen vertoonde die op DM wijzen. De SOD1B mutatie wordt dus extreem veel minder vaak (3%) dan de 118G> A mutatie (38%) in BMD gedetecteerd, maar kan een rol spelen ziekteprogressie. Daarom testen de meeste fokkers op beide exons (1 en 2). Maar voor alle duidelijkheid: de DM test op Exon 2 is vele malen belangrijker dan de Exon 1 test. In de praktijk kun je misschien wel stellen dat t.o.v. van het DM  Exon 2 resultaat de Exon 1 uitslag bijna verwaarloosbaar is (puur wetenschappelijk natuurlijk niet omdat er een enkeling gevonden is die het tegenovergestelde bewijst))

Mochten de Berner Sennenhonden weer een hogere, gemiddelde leeftijd gaan krijgen dan is het wel van belang dat DM onder controle is. Daarom controleren we onze honden op DM (DNA testen) en fokken we pups die geen DM-lijder kunnen worden! Dit doordat al onze reuen DM vrij zijn op beide Exons! Nakomelingen van onze reuen krijgen daardoor NOOIT  DM !! Een fijne gedachte voor iedereen.


Om een indruk te krijgen van hoe vaak het voorkomt bij de Berner Sennenhond is hieronder aangegeven wat de resultaten zijn van onderzoeken in Amerika uitgevoerd:

BERNESE MOUNTAIN DOG  (stand maart 2013 bij OFA)

Aantal honden                                                                         Percentage 
 CLEAR (vrij)                                              786                                    40% 
 CARRIER (drager)                                     930                                    48% 
 AT RISK (lijder)                                         232                                    12% 

TOTAL TESTED (totaal aantal getest)      1948

De meest voorkomende symptonen van DM zijn,

- Zwakte in de achterhand
- Moeilijk opstaan
- Extreme apathie(sloomheid).
- Slepen met de achterpoten

Hersenvliesontsteking, meningitis, (steriele, niet besmettelijk).

Komt eerder zelden voor, sommige dierenartsen kunnen niet altijd een juiste diagnose stellen wat zo belangrijk is omdat er vlug moet ingegrepen worden, de hond herstelt dan ook vrijwel altijd volledig en zal later geen problemen meer ondervinden.

Behandeling:

Een zo spoedig mogelijke diagnose verbetert het succes van de behandeling.
De behandeling kan soms maanden in beslag nemen, met een gemiddelde van zo’n 6 maanden.

Er wordt gestart met prednisolone volgens een immunosuppressief schema.

-De eerste 2 dagen prednisolon 4 mg/kg een maal daags, dan 2 weken 2 mg/kg, dan 2 weken 1 mg/kg, dan 2 weken 0.5 mg/kg.
-Daarna wordt overgegaan op 0.5 mg/kg om de andere dag de zogenaamde "alternated day therapy".
-De behandeling wordt stopgezet na 6 maanden als de klinische symptomen zijn verdwenen en de hoeveelheid witte bloedcellen en IgA in het bloed en CSV zijn gedaald. Er is echter vaak nog een lichte verhoging van de IgA waarden ondanks de immunosuppresieve therapie in het bloed en in het cerebrospinaal vocht CSV.

De meeste dieren genezen volledig, echter een deel hervalt maar herstelt volledig na een tweede prednisolone behandeling. De meeste dieren zijn klachtenvrij vanaf dat ze de leeftijd van 2 jaar hebben bereikt.

De symptonen zijn,

-Koorts, braken.
-Gevoelig voor geluid en licht.
-Lusteloos, niet eten of drinken.
-Wil zijn kop niet bewegen, gedrongen houding.
-Bij beweging van de kop piept de hond van de pijn.


Demodex, (jonge honden schurft).

Meestal bij de jonge hond tussen de 4 en14 maanden ziet men kale plekken op de kop (rond de ogen en de mond), ook rond de hals en binnenzijde van de voorpoten. Bij een chronische infectie kunnen over het hele lichaam rode, kale plekken, vaak met veel huidschilfers, ontstaan.Deze mijt komt bij alle gezonde honden in een gering aantal voor. De mijt kan slechts Demodex veroorzaken bij een verminderde afweer.

De symptonen zijn,

-De jeuk varieert van weinig tot heel intens.
-Kale plekken en grijze zones op de huid zijn verdacht.
-Deze varieren van een klein plekje of een paar plekjes (de locale vorm) tot een hond die over het hele lichaam huidontstekingen heeft.
-Soms beperken de problemen zich tot de poten (tussen de tenen).

Hotspot, (hete plek)

Kan voorkomen op alle delen van het lichaam, maar dikwijls in de nek, achter boven de staart, en op de billen. De oorzaak is of een wondje of vlooien en teken beten of bij schurft of oormijt infecties, er ontstaan bultjes met een heftige jeuk, de hond gaat hieraan krabben, likken, bijten of zich schuren wanneer hij er niet aan kan.

Oorzaken
  • Een allergische reactie
  • Oorontsteking
  • Warm weer
  • Klitten in de vacht
  • Veel zwemmen
  • Vlooien, teken of mijten
  • stress gedrag
De symptonen zijn,

-Bijten, likken en krabben.
-Heel intense jeuk.
-De huid is warm en gezwollen.
-Er ontstaat een vochtige plek, die onstoken is, vaak rood en of gelig van kleur.
-Begint met een kleine plekje en breidt zich razend snel uit.

Behandeling:

Er zijn tal van behandelingen mogelijk, deze werkt goed.

-Scheer de haren weg.
-De vacht erom heen goed wassen met betadine schampoo.
-Met biotex blauw de plek helemaal schoonmaken (1 koffielepel oplossen in half glas warm water) doe dit 2 x per dag, gedurende minstens een week
-Dan betadine erop, doe dit ook minstens 2x per dag ook gedurende minstens 1 week. Succes.


Entropion,ectropion

Onder entropion verstaan we het naar binnen krullen van het ooglid. Dit kan zowel het boven als het onderooglid zijn of een gedeelte van een ooglid. Entropion wordt gezien als een erfelijke rcessieve aandoening en er wordt dus afgeraden om met dieren met entropion te fokken.

De symptonen zijn,

-De verschijnselen zijn soms al vanaf pup maar zeker in het eerste levensjaar zichtbaar.
-Knijpen met de ogen.
-Tranende ogen en of natte oogleden.
-Met poten aan de ogen wrijven.
-Ontstoken oogslijmvlies
, gelige uitvloei.

Onder ectropion verstaan we het naar buiten krullen van de oogleden waardoor het rode weefsel goed te zien is, hierdoor is de traanafvloei niet meer goed en ontstaan er traanstrepen. Vaak  treedt ook een ontsteking van de conjunctiva op (samen met etterige uitvloei). Als een hond ectropion heeft, heeft deze vaker last van vastzittende vreemde voorwerpen in het oog dan anderen.
Indien we het bij de pups zien, wachten we in eerste instantie af. De kop groeit nog en er kan enige verandering in de mate van ectropion optreden. Bij lichte ectropion zie je vaak dat het bindvlies iets roder is, maar dat er verder geen afwijkingen zijn.
Indien we het bij de pups zien, wachten we in eerste instantie af. De kop groeit nog en er kan enige verandering in de mate van ectropion optreden. Bij lichte ectropion zie je vaak dat het bindvlies iets roder is, maar dat er verder geen afwijkingen zijn.Indien er uberhaupt chirurgisch ingegrepen moet worden zou ik het na de 8 maanden leeftijd adviseren.
Ectropion is vaak wel een reden om de pup niet voor de fok in te zetten.

Kennelhoest.

Meestal een virale luchtwegeninfectie die weer spontaan kan verdwijnen, kennel hoest verspreid zich snel via drinken, mekaar likken, op plaatsen waar vele honden samen komen zoals hondenscholen en op shows kan je hond deze aandoening oplopen. Het word kennelhoest genoemd omdat dikwijls meerdere honden worden aangetast het hoesten kan tot 3 weken aanhouden het is een mildere (wel vervelende) aandoening. Wanneer er pus uit de neus komt is er sprake van een bacteriele infectie en moet er wel antbiotica worden gegeven. Kennels laten hun honden preventief enten tegen kennelhoest.

De symptonen zijn,

-Een zware droge kuch, met al dan niet wit slijm, vooral bij opwinding.
-Eventueel gelige pus uit de neus, naar de dierenarts gaan is dan nodig.

Ziekte van Lyme.

 
Kan overgebracht worden door de beet van een teek die drager is van de borellia bacterie, teken komen meestal voor in bossen en in hoog gras, ze proberen zich vast te zuigen in het lichaam van dieren maar ook van mensen. De besmetting treed meestal op nadat de teek 8 a 12 uur bloed gezogen heeft, kijk daarom in de zomer je hond na op teken na iedere wandeling.

De symptonen zijn,

-Koorts.
-Vermoeidheid.
-Stijve pijnlijke spieren en gewrichten.
-Gebrek aan eetlust.
-Bij de mens, ringvormige uitslag bij de tekenbeet, hoofdpijn.

Maagkanteling.

Ook wel maagkering, maagdraaiig, maagtorsie genoemd, komt bij de meeste grote honden rassen af en toe wel eens voor. Wandelen, springen, rennen of rollen na een stevige maaltijd of plotselinge veranderingen in de voeding kunnen een maagkanteling veroorzaken, maar het hoeft niet. Er moet snel ingegrepen worden want het is een levensbedreigende situatie.

De symptonen zijn,

-Braakneigingen.
-Harde buik.
-Uitpuillende buik achter de ribben.

Nierfalen.

Nierfalen is een verzamelnaam voor een aantal aandoeningen aan de nieren, een verminderend of niet functioneren van de nieren. Erfelijkheid speelt hierbij een rol.

De symptonen zijn,

-Abnormaal veel drinken en veel plassen.
-Braken.
-Weinig actief.
-Slecht eten en vermageren.

Von Willebrand.

Honden met de ziekte van Von Willebrand hebben een verhoogde bloedingsneiging. Er is dus een bloedstollings probleem.
Het bloed stolt onvoldoende waardoor er heftige bloedingen kunnen ontstaan. De aandoening is genetisch en komt bij meerdere rassen voor. Eerder zeldzaam.

De symptonen zijn,

-Wondjes die blijven bloeden.
-Hevige bloedingen (na verwonding of letsel).
-Bij een loopsheid abnormal veel bloedverlies.
-Bloeduitstortingen.

Auto Immune Hemolytische Anemie ofwel AIHA

Anemie is eigenlijk een symptoon en kan op zich niet als ziekte beschouwd worden, het is een daling dus een tekort van het aantal rode bloedcellen in het bloed, hierdoor ontstaat er een verminderd zuurstoftransport in het bloed.
AIHA kan op elke leeftijd optreden maar meestal bij honden op middelbare leeftijd, de verschijnselen kunnen mild maar ook heftig zijn, langzaam verergeren, of juist snel, de verschijnselen zijn dikwijls vaag.
In princiepe kan elke hond AIHA krijgen maar je ziet het meer bij de Bobtail, de Poedel en de Cocker spaniel, Collies en Ierse setters, ook bij katten komt AIHA voor.

De symptomen van AIHA zijn,

-Zwakte en slechte conditie.
-Slechte eetlust.
-Versnelde ademhaling en hartslag.
-Bleke of gele slijmvliezen.

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------